Gideon had al veel van Jezus gehoord. Met z'n vrienden praatte hij er ook veel over. Over de wonderen die Hij deed en de mooie verhalen die Hij vertelde.

Gideon is een jongen van bijna tien jaar. Een paar jaar geleden was Jezus in zijn dorp geweest. Hij zou het nooit vergeten ...
Hij was buiten aan het spelen toen z'n moeder opeens snel kwam aanlopen. 'Gideon, kom snel, Jezus staat op het marktplein met Zijn discipelen. Ik wil er samen met jou naar toe'. Dat hoefde z'n moeder niet twee keer te zeggen. Jezus, in zijn dorp! Te gek! Dat wilde hij zien. Toen ze naar het marktplein liepen, zag hij nog veel meer moeders met kinderen lopen. Die wilden zeker ook allemaal Jezus zien.
Ja, hoor, hij zag het al: er waren heel veel mensen en ook heel veel kinderen, waaronder ook wat vriendjes van Gideon. En iedereen probeerde zo dicht mogelijk bij Jezus te komen. Het was een gedrang en sommige mensen begonnen te mopperen. Maar dat kon Gideon niets schelen. Misschien was het de enige keer dat Jezus in hun dorp kwam, dus het was nu of nooit.
Maar wat was dat nou? Wat gebeurde daar?
De discipelen probeerden de kinderen tegen te houden. De grote mensen mochten wel dichtbij komen, maar de moeders met de kinderen werden tegengehouden. Kon hij nou niet meer bij Jezus komen? Hij kon er wel van huilen, zo boos werd hij op de discipelen.
'Jezus heeft geen tijd voor jullie' hoorde hij hen zeggen. Geen tijd? Waarom niet?
Toen zag hij dat Jezus Zijn discipelen riep. Wat zei Hij? Verstond Gideon het goed? 'Laat de kinderen bij mij komen, je mag ze niet tegenhouden. Want als je wordt als een kind, hoor je bij Mijn koninkrijk', zei Jezus.
De grote mensen deden allemaal stappen terug zodat de weg naar Jezus vrijkwam. Alle kinderen konden zo naar Jezus toelopen. Het leek wel alsof ze ineens de belangrijkste mensen van de wereld waren. Gideon hoefde niet lang na te denken. Snel liep hij samen met de andere kinderen naar Jezus toe. Hij probeerde zo dicht mogelijk bij Jezus te gaan staan.
Eigenlijk wilde hij Hem even aanraken. Hoe zou Jezus' jas voelen? En Zijn handen? Maar dat durfde Gideon niet zo goed.
Toen voelde hij ineens Jezus' hand op zijn hoofd. Hij zag dat de andere hand van Jezus op het hoofd van zijn vriendje lag. Gideon voelde dat Jezus van hem hield en dat hij k belangrijk was, net als iedereen. Hij keek Jezus aan en Jezus keek naar hem. Wat een lief gezicht had Jezus. Eigenlijk wilde Gideon niet meer bij Jezus weg. Kon hij misschien een knechtje van Hem worden? Dan kon hij altijd bij Hem blijven.
'Gideon!' riep zijn moeder, 'we moeten naar huis, papa komt zo thuis, ik moet nog eten koken'.
Gideon keek naar Jezus en Jezus knikte vriendelijk naar hem en zei: 'Ga maar naar je moeder. Ik ken jou Gideon en Ik zal altijd aan je denken ...'.
Gideon wordt er nog helemaal blij en gelukkig van als hij daar weer aan denkt.

Maar gisteren is er iets heel ergs gebeurd. De belangrijke mensen van Isral, de hogepriester en de Farizeen hebben Jezus gevangen genomen. Ze hebben een hekel aan Jezus omdat zoveel mensen naar Hem luisteren en van Hem houden. En Jezus heeft gezegd dat Hij de Zoon van God is. Dat vinden die Farizeen het allerergst. Dat mag niemand zeggen, er is maar n God!
Samen met zijn vader en moeder is Gideon naar Jeruzalem gegaan om daar het paasfeest te vieren. Hij is nu al 10 jaar en mag alleen door Jeruzalem lopen. Toen heeft Gideon dat erge gezien: Jezus strompelde met een zwaar houten kruis op Zijn rug door de straten van Jeruzalem.
Z'n rug zat onder de striemen en op Zijn hoofd zat een soort kroon van doornentakken. Gideon moest zo huilen. Hij houdt zoveel van Jezus en wil bij Hem zijn. Maar de mensen roepen: 'Kruisig Hem! Weg met Hem!'.
Op een afstand is hij meegelopen en hij heeft gezien dat Jezus op het kruis werd vastgemaakt. Spijkers door zijn handen en door Zijn voeten. Hij wilde wel schreeuwen: 'Wat doen jullie toch met Jezus? Hij heeft nooit iets kwaads gedaan! Hij heeft altijd iedereen geholpen en beter gemaakt, jullie mogen Hem geen pijn doen!'.
Maar Gidon kan geen woord uitbrengen. Zijn keel doet pijn en zijn ogen zitten vol tranen. Daar hangt Jezus aan het kruis ...
Nou ziet Gideon ook dat er mensen bij het kruis staan die wel van Jezus houden, Zijn moeder en Zijn discipelen. Snel gaat hij ook dichterbij het kruis staan. Misschien kan hij nog iets voor Jezus doen. Dan hoort hij dat Jezus de man naast Hem aan het kruis troost en ook Zijn Eigen moeder troost Hij.
Hoe kan Hij dat doen, terwijl Hij Zelf zoveel pijn heeft, toch nog aan anderen denken en voor hen zorgen?
Er gaan uren voorbij ... en ineens wordt het donker; net zo donker als midden in de nacht. De mensen worden er bang van, wat gebeurt er?
Ineens roept Jezus: 'Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij in de steek gelaten?'. Gideon wordt ook bang en rent weg ...

Hij weet niet wat er verder is gebeurd.
Toen hij weer bij zijn vader en moeder was, vertelde hij alles wat hij gezien had. Ook zijn vader en moeder zijn erg verdrietig, zij houden ook veel van Jezus. Eigenlijk hadden ze gedacht dat Jezus de nieuwe koning van Isral zou worden. Maar nu ... Later horen ze van andere mensen dat Jezus is doodgegaan. Vrienden van Hem hebben Hem van het kruis gehaald en in witte doeken gewikkeld. Hij is in een graf gelegd. Niet een graf zoals wij dat kennen, dat is meestal een gat in de grond. Dit is een graf dat in een rots is uitgehakt.
Samen met zijn vader en moeder gaat Gideon de volgende dag kijken bij het graf waar het lichaam van Jezus in ligt. Er staat een grote steen voor de ingang. Niemand kan er in. Ook staan er Romeinse soldaten die de wacht houden. Gideon begint te huilen, hij houdt zoveel van Jezus. Jezus is zijn beste vriend en nu is Hij dood ...


Verdrietig lopen ze terug naar de stad. Ze gaan de volgende dag weer naar huis. Het paasfeest is afgelopen.
's Nachts kan Gideon niet goed slapen. Hij moet aldoor aan die vreselijke dingen denken die hij heeft gezien. Waarom moest Jezus aan een kruis hangen, waarom kreeg hij deze erge straf? Hij begrijpt er niets van. Tenslotte valt hij in slaap. Maar hij is al weer vroeg wakker. Hij hoort mensen door de straat lopen. Hij kijkt uit het raam en ziet dat het vrouwen zijn. H, die vrouwen heeft hij gezien bij het kruis van Jezus. Wat zouden ze zo vroeg al gaan doen? 'We gaan Jezus' lichaam goed verzorgen Martha! Heb je alle spullen bij je?', hoort hij n van hen zeggen. Ze gaan dus naar het graf van Jezus! Snel kleedt hij zich aan en sluipt stilletjes de kamer uit. Zijn vader en moeder slapen nog.
Maar Gideon wil nog n keer het lichaam van Jezus zien. Dan kan hij afscheid nemen. Hij loopt een eindje achter de vrouwen aan. Als ze in de tuin komen waar het graf is, blijft hij achter een boom staan kijken.
De vrouwen lopen naar het graf. Dan hoort hij hen schreeuwen: 'Het graf is leeg! Waar is Jezus?! Ze hebben Zijn lichaam gestolen!'. Gideon kijkt ook naar het graf: de grote steen staat niet meer voor de ingang en het graf is echt leeg! Gideon verstopt zich weer snel achter de boom en laat zich op de grond zakken.
Hij ziet dat de vrouwen wegrennen. Een tijdje later komen twee mannen kijken.
Hij hoort hen samen praten: Martha en Maria hebben aan Petrus en Johannes vertelt dat de steen voor het graf opzij is gerold en dat ze toen in het graf konden kijken en dat het leeg was! Petrus en Johannes kijken ook in het graf. De doeken waarin Jezus was gewikkeld, liggen netjes opgevouwen in het graf. Petrus en Johannes gaan ook weer naar huis. Waar is het lichaam van Jezus gebleven? Wie heeft het gestolen?
Gideon ziet dat Maria, n van de vrouwen, bij het graf blijft en verdrietig rondloopt. Gideon doet zn ogen dicht en huilt. Hij heeft zich nog nooit zo verdrietig gevoeld. Hij ziet niet dat Maria stilstaat en verschrikt naar een man in blinkende witte kleren kijkt. Die man is een engel van God en zegt 'Waarom zoek je Iemand Die levend is, bij dode mensen? Jezus is hier niet meer, Hij is niet meer dood, Hij leeft!
Maar Jezus is toch echt dood en begraven ... Als het eens waar zou zijn ... als Jezus weer levend zou zijn. Maria weet niet wat ze moet geloven. Dan ziet ze nog Iemand staan in de tuin. 'Waarom huil je, wie zoek je?' vraagt deze Man. Maria denkt dat het de tuinman is en zegt: 'Meneer, als u Hem weggehaald hebt, zeg dan waar Hij is neergelegd dan haal ik Hem weer terug!'. Dan hoort ze haar naam: 'Maria!' en ze herkent de stem van Jezus! 'Meester!' roept Maria, 'U leeft!'.

Ondertussen zit Gideon nog steeds bij de boom. Hij is zo vreselijk verdrietig. Hij heeft niet gemerkt dat hij niet meer alleen in de tuin is. Hij denkt na over wat hij zal gaan doen. Zal hij snel naar zijn vader en moeder lopen en het ze vertellen, of zal hij zelf in het graf gaan kijken, maar dat durft hij eigenlijk niet zo goed ...
Opeens voelt hij dat Iemand een hand op zijn hoofd legt. Hij kijkt op en ziet Jezus!
Gideon kan niets zeggen. Hij voelt zich zo blij en tegelijkertijd moet hij ook huilen. JEZUS LEEFT!!
'Gideon' zegt Jezus, 'Ik ken jou, jij hoort bij Mij'. 'Maar ik dacht dat u dood was' zegt Gideon, 'Ik vond het zo erg dat de mensen u gevangen hadden genomen en U zo'n pijn hebben gedaan. Ik zag hoe u door de straten van Jeruzalem liep met die kroon van takken met scherpe doorns en hoe u allemaal striemen op Uw rug had van de zweep. En later hebben ze u aan een kruis gehangen en bespot. Maar u heeft nooit iets kwaads gedaan! Waarom hebben de mensen dat gedaan?'.

Dan gaat Jezus vertellen: 'Ik mest veel pijn hebben en aan een kruis gehangen worden. Dat was de straf die elk mens verdient, omdat alle mensen verkeerde dingen doen. Ook jij Gideon. Niemand kon meer dicht bij God komen, omdat God verkeerde dingen niet kan verdragen. Er moest straf komen. Maar ik hou zoveel van de mensen en van jou, Gideon. Daarom heb ik die straf gekregen, zodat jullie die straf niet hoeven te krijgen. Als je dat gelooft, hoor je bij Mij en bij Mijn Vader. Je mag dan een kind van God zijn. Daar hoeft Gideon niet lang over na te denken. 'Ja, dat wil ik vreselijk graag Jezus!', zegt Gideon, 'ik wil altijd bij u horen!'.

'Ik moet nu gaan, Gideon', zegt Jezus, 'er zijn nog meer mensen die moeten weten dat Ik opgestaan ben'. En dan is Jezus verdwenen.

Maar Gideon is niet verdrietig meer, nee, hij is ontzettend blij. Zo blij is hij nog nooit geweest!! Hij rent terug naar de stad om het grote nieuws aan zijn vader en moeder te vertellen.

Het volgende moment is Jezus bij Zijn discipelen. Dat zijn Zijn vrienden, waar Hij zoveel van houdt. Zij moeten ook weten, dat Hij is opgestaan. Wat zijn ze blij! Eerst waren ze zo verdrietig, maar nu is er alleen nog maar blijdschap: De Here Jezus is echt levend geworden en iedereen die dat gelooft, mag zomaar naar God toegaan en een kind van Hem worden!