Bijbelstudie..._________door K. Verhoek.jr

Een beloning in het verschiet...
N.a.v 2 Timotheüs 2:1-13

 
Timotheüs was een zoon van een griekse vader en een joodse moeder (Hand.16:1) Zijn naam betekent: Godvererend.

Vers 1 "Gij dan, mijn kind, wees krachtig in de genade van Christus Jezus." Laat je versterken door de genade in Christus Jezus, staat er in de grondtekst. Als wij ons laten versterken of krachtig zijn door de genade in Christus wordt het heel anders. De genade in Christus is allesomvattend, en wij zijn als leden van dat lichaam in Christus en delen dus in die genade. Hoe meer besef wij daarvan krijgen, en hoe meer wij die liefde zien, in alles wat wij doen, hoe krachtiger die wordt. Gebed, dankzegging en leiding laat ons die kracht zien.

Vers 2 "En wat gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aanvertrouwde mensen, die bekwaam zullen zijn om ook anderen te onderrichten." Paulus zegt hier dat Timotheüs hetgeen hij van Paulus gehoord heeft onder vele getuigen, toe moet vertrouwen aan vertrouwde mensen. Toevertrouwen is overlaten, in bewaring geven.
Wie zijn die vertrouwde mensen? Dat zijn gelovige mensen, mensen die geloven dat de Christus is opgestaan.

2 Cor. 3:5 "Niet dat wij uit onszelf bekwaam zijn iets als ons werk in rekening te brengen, maar onze bekwaamheid is Gods werk." We lezen hier duidelijk dat bekwaamheid niet van onszelf is maar van God, en dus dat de bekwame mensen gelovigen moeten zijn. Waarom moet Timotheüs dit eigenlijk doen?
Paulus zegt hem het toe te vertrouwen aan mensen die bekwaam zullen zijn dit ook te onderrichten aan anderen. Bekwaam wil zeggen: passend, geschikt. Paulus vraagt dus aan Timotheüs om het getuigenis van hem te onderrichten aan gelovigen opdat zij dit ook weer kunnen verkondigen zodat velen tot geloof in de opgestane Heer zullen komen.

Vers 3 "Lijdt met de anderen als een goed soldaat van Christus Jezus." Timotheüs moet dus ook verdriet, moeilijkheden en pijn lijden net als de anderen, als een rechtschapen strijder voor Christus. Paulus zegt dit niet alleen tegen Timotheüs maar tegen vele anderen, zoals de Phillipenzen: "Want aan u is de genade verleend, voor Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden." (Fil. 1:29) Dit geldt niet alleen voor de mensen in de Bijbel maar ook voor ons in ons dagelijks leven. Hoe vaak hebben mensen geen moeite met ons om wat wij zijn. Wie heeft er geen dierbare die niet gelovig is. Ik denk dat wij allemaal ons verhaal wel kunnen schrijven over de pijn of het verdriet dat wij hebben om Christus. Hoe makkelijk is het soms om maar net te doen of onze neus bloedt. Nee, zegt Paulus, lijdt met de anderen als een goed soldaat van Christus. Wij hebben ja gezegd tegen Christus, dan moeten we ook Christus laten heersen in ons leven.

Vers 4 "Tijdens de veldtocht wordt geen soldaat gemoeid in de zorg voor zijn onderhoud; hij heeft slechts hem te voldoen, door wie hij aangeworven is." Tijdens de veldtocht (de verkondiging, het gelovig-zijn) wordt geen soldaat gemoeid met de zorg (de bezigheden, beslommeringen) voor zijn onderhoud (leven, levensduur, levensonderhoud); hij heeft slechts hem te voldoen (ernaar streven te behagen) door wie hij is aangenomen (aangeworven).
Hieruit mogen we m.i. concluderen dat als we doen wat God van ons verlangt dat Hij dan voor ons zal zorgen. Psalm 55:22 "Werp uw bekommernis op de Here, Hij zal voor u zorgen; Hij zal nimmermeer toelaten, dat de rechtvaardige wankelt." Duidelijker kan het bijna niet. Werp al uw beslommeringen en zorgen op Hem en Hij zal voor u zorgen.
Meer vraagt Hij ook niet van ons.
Geloof en er naar leven.
Maar dat doen we vanzelf als we Hem ook werkelijk voor ons laten zorgen. Dan hoeven we er niet naar te leven, dan leven we met Hem. Feitelijk is dat een soort beloning van God. Als wij leven naar zijn regels beloont hij ons met zijn zegeningen.

Vers 5 "En is iemand een kampvechter, dan ontvangt hij de krans alleen, als hij volgens de regels van de kamp heeft gestreden." Met deze zin wil Paulus Timotheüs duidelijk maken dat als je de strijd voor Christus aangaat je dat wel moet doen volgens de regels van God. Je zult een gelovig christen moeten zijn die ook leeft met God en Hem de leiding geeft, anders zal het niet gaan. Dan zul je ook beloond worden voor je werk. Paulus zegt hier ook iets over in 1 Cor. 3 :11-13 "Want een ander fundament, dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen. Is er iemand, die op dit fundament bouwt met goud, zilver, kostbaar gesteente, hout, hooi, of stro, ieders werk zal aan het licht komen. Want de dag zal het doen blijken, omdat hij met vuur verschijnt, en hoedanig ieders werk is, dat zal het vuur uitmaken." Uit deze gedeelten blijkt dat we ook beoordeeld zullen worden naar werk. En niet of we ons wel aan de Wet houden, want dat is passé. Nee, wat wij in ons dagelijks leven doen dat is van belang. Christen-zijn is niet altijd gemakkelijk. Maar als we ons houden aan de regels van God zal het een stuk gemakkelijker worden en zullen ook wij die krans ontvangen.

Vers 6 "De landman die de zware arbeid verricht, moet het eerst van de vruchten genieten." Paulus zegt hier, dat als je je inspant voor het werk, dat je dan als eerste van de vruchten mag genieten. Eigenlijk wordt hier hetzelfde gezegd als in vers 5. Namelijk, dat als je goed werkt, dat je beloond zult worden. Jeremia 17:10 "Ik, de Here, doorgrond het hart en toets de nieren, en dat, om aan een ieder te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner daden." Zie ook Col. 1:3-12. Tot drie maal toe vertelt Paulus hier tegen Timotheüs dat hij zich op God moet richten en volgens zijn regels moet leven. Blijkbaar is dit dus heel belangrijk in zijn en ons leven. Logisch ook als je ziet wat het gevolg is. Een hemelse beloning voor onze inspanningen nu en in de toekomst.

Vers 7 "Let wel op wat ik zeg, want de Here zal u in alles inzicht geven. Begrijp wat ik je te zeggen heb, want God zal je in alles wijsheid geven." Dit is natuurlijk alleen maar mogelijk als Timotheüs, en ook wij, doen wat in het voorgaande besproken is.
Leven met Hem en naar Hem luisteren en leven volgens Zijn regels. Paulus zegt hier dat God ons dan alle wijsheid zal geven. Ook dit is een gevolg van (= beloning). Dus wat wij ook te lijden, ziekte, ellende, dagelijkse beslommeringen of woorden te kort hebben, God geeft ons wijsheid als wij met Hem leven.
Spreuken 2:6 "Want de Here geeft wijsheid, uit zijn mond komen kennis en verstandigheid" Hand. 6: 9-10 "Doch er stonden sommigen op van hen, die waren van de zogenaamde synagoge der Libertijnen, der Cyreneeers en der Alexandrijnen en van de Joden uit Cilicie en Asia en redetwistten met Stefanus, en zij waren niet bij machte de wijsheid en de Geest, waardoor hij sprak, te weerstaan." We zien hier hoe belangrijk het is om te leven volgens de regels van God, en met Hem te leven.
Stefanus kreeg de wijsheid van God om Zijn woord goed te kunnen onderbouwen tegenover zijn redetwisters. Zo zullen ook wij wijsheid van God ontvangen als dit nodig is.

Vers 8 "Gedenk, dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt, uit het geslacht van David, naar mijn evangelie." Blijf je herinneren dat Jezus Christus uit de dood is opgestaan. Jezus uit het geslacht (letterlijk: zaad) van David. En hierna haalt Paulus aan: naar mijn evangelie. Paulus herinnert ons eraan dat het hier niet om de Koninkrijksprediking gaat maar om zijn evangelie zoals hij dat van de Heer ontvangen heeft. Zie Efeze 3: 1-7. Een evangelie voor iedereen, vol van genade en liefde van Christus, waarin wij medeërfgenaam worden van Christus.
Het zijn niet meer de werken, maar de genade van Christus die ons het eeuwige leven geeft. Wel hebben we inmiddels gelezen dat we worden beloond voor datgene wat we doen. Maar na dit goddelijke geschenk, namelijk de opgestane Heer, willen we toch niet anders dan voor Hem te werken, daar waar we kunnen. Want laten we goed voor ogen houden: we kunnen niet allemaal evangelist zijn. Ieder mens heeft zijn gaven en moet die ook benutten op zijn of haar plaats.

Vers 9"...waarvoor ik kwaad lijdt en zelfs boeien draag als een misdadiger. Maar het Woord van God is niet geboeid." Paulus lijdt dus kwaad en draagt boeien omwille van het feit dat hij het evangelie van Christus Jezus verkondigt. We weten allemaal dat Paulus omwille van de prediking in het gevang zit. Lees Handelingen 26:1-32. Gelukkig weten we dat wij in ons democratische land hier geen last van zullen krijgen, maar er zijn genoeg landen waar mensen nog steeds omwille van het evangelie vervolgd en opgesloten worden. Wat Paulus hier zegt over hemzelf is dus nog steeds realiteit. Maar wat ook nog steeds realiteit is, en dat zei Paulus al 2000 jaar geleden, dat het Woord van God niet geboeid is. Anders zouden er nu geen moeilijkheden zijn betreffende de verkondiging van het evangelie.
Sinds Paulus zijn er al vele vervolgingen geweest maar steeds weer zal er iemand opstaan om het Woord te verkondigen. Men kan ons binden maar Gods Woord niet. Hij heeft dit zelf meerdere malen in Zijn Woord herhaald. Richt. 1:2 "Toen ging de Engel des Heren van Gilgal naar Bokim en zeide: Ik heb u uit Egypte doen trekken en gebracht in het land dat Ik uw vaderen onder ede beloofd had, en Ik heb gezegd: Ik zal mijn verbond met u in eeuwigheid niet verbreken,"
Psalm 29:10 "De Here troonde boven de zondvloed, ja, de Here troont als koning in eeuwigheid."
Romeinen 16:27 "Hem, de alleen wijze God, zij, door Jezus Christus, de heerlijkheid in alle eeuwigheid! Amen."
God is eeuwig heeft Hij Zelf gezegd, en iets dat eeuwig is, is dus niet te binden want het is er altijd. God zegt het dus niet alleen, maar we kunnen het ook in de loop van de geschiedenis volgen dat Zijn Woord niet te boeien is.
Boeiend is het wel.

Vers 10 "Om deze reden wil ik alles verdragen, om de uitverkorenen, opdat ook zij het heil in Christus Jezus verkrijgen met eeuwige heerlijkheid." 'Om deze reden', zegt Paulus. Namelijk dat Gods Woord niet te boeien is. Het zou een loze strijd voor Paulus zijn als Gods Woord ooit een keer geboeid kon worden. Maar aangezien dat niet zo is wil hij alles verdragen om dan toch dat evangelie te blijven verkondigen opdat de uitverkorenen (gelovigen, gekozen door God, ook wij dus) ook het heil (bevrijding, bewaring, veiligheid, behoud) in Christus Jezus verkrijgen in alle eeuwigheid.
We ontvangen het niet van Christus maar in Christus Jezus. Dit is een groot verschil. Als je iets van iemand ontvangt dan krijg je iets van hem, maar ontvang je iets in iemand dan deel je met die persoon hetzelfde wat hij heeft. Bij ons is dat onmogelijk maar bij Christus niet. Wij ontvangen het heil in Hem. Wij ontvangen dus hetzelfde wat Hij ontvangt. Dat is niet zomaar iets. Wij worden bewaard in Hem, wij genieten veiligheid in Hem, ons behoud is in Hem. En dat voor eeuwig. En dan ook nog eeuwige heerlijkheid. De heerlijkheid Gods is niet te omschrijven. Het is een soort verheven toestand. Een hemelse toestand, zogezegd. Vinden we het gek dat Paulus hier mee door wil gaan ondanks dat hij geboeid is.
Dit te verkondigen aan anderen moet je wel doen.
Dit mag je niemand onthouden.

Vers 11 "Het woord is betrouwbaar: immers, indien wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven" Dat het woord betrouwbaar is, hebben we ondertussen al wel ontdekt in de voorgaande verzen. En niet alleen daar, maar door de hele Bijbelse geschiedenis heen zien wij dat Zijn Woord betrouwbaar is. Alles wat Hij voorzegd heeft is ook gebeurd of gaat nog gebeuren. Paulus haalt hier een gedeelte uit van Gods belofte. Namelijk dat als wij met Hem gestorven zijn dat wij dan ook met Hem zullen leven.
Is dat zo?
Jazeker, want God Zelf heeft het gezegd. En over Zijn woord hoeven we niet te twijfelen.
Rom. 6:5-9 "Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn met hetgeen gelijk is aan zijn opstanding; dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn; want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven, daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft: de dood voert geen heerschappij meer over Hem.

En wij leven niet naast Hem maar met Hem. Wij genieten dus dezelfde privileges als Christus, immers wij zijn medeerfgenamen, zoals al eerder gezegd. Galaten 4:1-7 "Ik bedoel dit: zolang de erfgenaam onmondig is, verschilt hij in niets van een slaaf, al is hij ook eigenaar van alles; maar hij staat onder voogdij en toezicht tot op het tijdstip, dat door zijn vader tevoren bepaald was.
Zo bleven ook wij, zolang wij onmondig waren, onderworpen aan de wereldgeesten. Maar toen de volheid des tijds gekomen was, heeft God zijn Zoon uitgezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen. En, dat gij zonen zijt, God heeft de Geest zijns Zoons uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader. Gij zijt dus niet meer slaaf, doch zoon; indien gij zoon zijt, dan zijt gij ook erfgenaam door God. "
Het verhaal wat Paulus Timotheüs en ons vertelt en wat wij anderen kunnen vertellen wordt steeds mooier als wij dit zo lezen. Vers 12 "Indien wij volharden, zullen wij ook met Hem als koningen heersen; indien wij Hem zullen verloochenen, zal ook Hij ons verloochenen." Dit klinkt wat vreemd als we uitgaan van de vorige verzen. Volharden, verloochenen, heersen als koningen. Wij hoeven toch niet meer te volharden, we hebben het eeuwige leven toch al ontvangen? Dit hebben we tenslotte net gelezen. Paulus bedoelt hier duidelijk wat anders mee. In de grondtekst staat voor 'volharden' het griekse woord 'Hupo-meno'. 'Hupo' betekent 'door of onder' en 'meno' betekent 'voortduren of niet verdwijnen'. Waar moeten we mee doorgaan niet te laten verdwijnen?
Wel, met het vertellen van het evangelie. Het slaat immers op de voorgaande verzen. Het volharden in dit verband slaat dus niet op de wet maar op wat wij moeten doen. Geheel vrijwillig overigens.
Maar wat is daar dan het resultaat van?
Wij zijn immers al behouden. Zoals Paulus al heeft verteld in vers 4, 5 en 6 wacht ons een beloning als wij doen wat God van ons verlangt. Hij verlangt dus van ons dat wij doorgaan met niet te laten verdwijnen om het evangelie te verkondigen. Paulus zegt hier dat wij met Hem als koningen zullen heersen. Dat is dus onze beloning als wij volharden. Wij zullen dus letterlijk met Hem regeren. Wij zijn tenslotte in Hem geborgen.
Maar als wij Hem zullen verloochenen (grieks 'ar'neomai', letterlijk: ontkennen of opgeven) dan zal Hij dat ook bij ons doen. Nee, Hij zal ons niet ons eeuwige leven ontnemen, want dat staat vast. Nee, wij zullen geen beloning ontvangen. Wij zullen niet met Hem regeren als koningen als wij niet volharden. Een hard, maar waar Woord, want God zegt het Zelf. Vers 13 "Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw, want Zichzelf verloochenen kan Hij niet." Dit hebben we eigenlijk al aangehaald in het vorige vers. Het eeuwige leven hebben we door geloof in Hem al ontvangen en dat kan Hij ons niet afnemen, omdat dat Zijn belofte is. Al zijn wij dus ontrouw aan Hem, Hij kan dat niet, want Zijn Woord is waarheid. Johannes 3:16 "Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe."
1 Joh. 5:11 "En dit is het getuigenis: God heeft ons eeuwig leven gegeven en dit leven is in zijn Zoon."

Wat wil God nu van ons als we dit stuk gelezen hebben?
God wil dat wij als ware getuigen optreden van Zijn evangelie, en dat wij deze genadeboodschap uitdragen, opdat velen Hem zullen leren kennen als de enige Zaligmaker en Verlosser. En dat zal niet altijd even gemakkelijk gaan. Wij zullen moeten strijden, misschien pijn lijden, uitgelachen worden of iets anders. Er zullen mensen zijn die ons dwarsliggen of iets anders verkondigen, zoals bijvoorbeeld bij Stefanus. Maar 'weest krachtig door de genade in Christus Jezus', en wij zullen sterker worden. En dan hebben wij al het mooiste geschenk gekregen dat we kunnen bedenken, eeuwig leven, verlossing van zonden een medeerfgenaamschap, een plaats in de hemel. En dan worden we nog beloond ook als wij doen wat Hij van ons verlangt.
Namelijk dat wij met Hem zullen regeren als koningen.
Waar wachten we nog op?

(einde deel 1)