gedichtenlogo
     
De Blinkende Morgenster
(Opb 22:16b)

Ontwaakt, de dag is niet meer ver
De blinkende Morgenster
Straalt haren glans
Aan 's hemels trans

Geweken is de donkere nacht
De dageraad ontplooit haar pracht
Het Morgenrood toont teed're kleuren
Der aarde ontstromen zoete geuren

De nacht is door het Licht verdreven
Het Licht, dat Liefde brengt en Leven
Mijn God, mijn Enig Toeverzicht!
Gij zelve zijt dit blinkend Licht

't Heilig Schijnsel doordringt gans
De aarde met zijn Hemelglans
Verdrijft de donkere boze nacht
Met Zijne wonderbare Kracht

Dat iedere mens, waar hij ook woont
Weet, dat Gij daarboven troont
Dat Uw heil'ge alziende ogen
Op hem schouwen vol mededogen

Hoort, dat Gij ook zijn zonden droeg
Als men aan het Kruis U sloeg
Hoe Gij voor ons allen leed
Op ons wacht en staat gereed

Dat wij tot U mogen komen
Met open hart en zonder schromen
Dat de Liefde, die Gij zijt
Het Eeuwige Leven ons bereidt

Bron: Mw. D.S. van M.
     
     

Holding forth the word of life.

     
De Koning

Wie gaat daar zo gevlerkt
Hoog door het blauwe hemelruim,
Zijn aanzien hoe gesterkt
En van zijn koers hij wijkt geen duim?

Zijn vleug'len wijd gespreid,
Hoe machtig klapwiekt hij daar voort.
In minder dan geen tijd
De lucht en wolken hij doorboort.

O, zie hoe lang hij zweeft
Na het der vlerken krachtig slaan.
Ah, zie wat vreugd hij heeft
In 't volgen van zijn snelle baan.

En zie hoe hij aldaar
Zich op de speelse stroom der lucht
Laat tillen. Omhoog als maar
Stijgt hij in zijne vrol'ke vlucht.

En niets zijn scherpziend oog,
Daar hoog, hier op dez'aard ontgaat.
In vlucht snel van omhoog
Hij haalt zijn doel geen tel te laat.

Geen spier is ongebruikt.
Al wat hij heeft, in kracht het leeft.
Met wat een vaart hij duikt
En hoe zijn macht hij erin geeft.

Hoe fel blikt toch zijn oog.
Wat energie zit daar wel in.
Hoe spant hij zijne boog.
Wee hem, voor wie zijn grim.

Hoe houdt hij zijne kruin,
De korte kop, hoe frank, hoe fier.
Zijn huid, goudgeel en bruin;
Wat schoonheid toch bezit dit dier.

Het moet de âd'laar zijn,
Veruit de machtigste der vôg'len.
De vorst van groot en klein
En geen rivaal zal hij gedogen.

O, Schepper groot en rein,
Dit dier spreekt van Uw Majesteit;
Eén beeld, al zij het klein,
Eén zijde Uwer Heerlijkheid!

Door: Chris Bouter.

     
     
Het Kasteel...

Een kasteel is als een leven met heel veel kamers.
Er zijn kamers waar heel veel vreugde en geluk is.
Ook zijn er kamers met boosheid en haat.
En kamers met veel pijn, angst en verdriet.
Maar ook kamers die totaal gesloten zijn.
Geen mens zal ooit weten wat daar gebeurt.
Behalve God en met Hem mag je alles delen wat daar gebeurt.
Als je met al die gevoelens naar Hem toegaat.
Hij zal je helpen.
Misschien niet op de manier die jij verwacht.
Maar Hij zal je beslist niet laten vallen.

schilderij
Gedicht en schilderij zijn gemaakt door Aafke, 2004
Haar persoonlijk verhaal staat op:
www.bijbelstudies.com/get.htm


Een lege plaats

Wie kent het niet, die lege plaats in je leven?
Dat hoekje in je hart, dat eens was gevuld,
Door vader of moeder, misschien je partner of je kind.
Wie kent het niet, dat eenzame gevoel,
Alsof er niemand is, die om je geeft?
Geen vader of moeder, geen partner, geen kind.
Wie kent er niet die lege plaats in je leven,
Waar God ooit op de troon zat?
Die lege plaats, die God zo graag opnieuw wil vullen
Met Zijn liefde en Zijn Geest,
Meer dan er ooit in je leven is geweest.

Gitty Groeneveld


...dan zal ik....??

Er was eens een man die God uitdaagde om te spreken: "Verbrandt de struik zoals toen bij Mozes, Heer. Dan zal ik volgen. Laat de muren omvallen zoals U deed voor Jozua, Heer, en dan zal ik vechten. Kalmeer de golven zoals U deed op het meer van Galilea, Heer, en dan zal ik luisteren."
En dus ging de man bij een stuik zitten, in de nabijheid van een muur en dichtbij de zee en wachtte tot God zou spreken. En God verhoorde de man en antwoordde aldus.
Hij zond vuur…niet voor een struik, maar voor een kerk. Hij haalde de muren naar beneden…niet van steen, maar van de zonde. Hij kalmeerde de storm…niet van de zee, maar van een ziel. En God wachtte op de man of hij zou reageren. Hij wachtte…en wachtte.
Maar omdat de man naar de struik keek in plaats van naar een hart; naar stenen in plaats van levens en naar zeeën in plaats van zielen, besloot hij dat God niets had gedaan.
Uiteindelijk keek hij naar God en vroeg, "Bent U Uw macht verloren?"
En God keek hem aan en zei:"Ben jij doof geworden?"

Klein lied

Ik reik met Mijn handen naar uw hart.
Van al uw vuil maak Ik u rein.
Mijn kruis, Mijn vuur doorloutert u,
maakt dat gij weer als nieuw zult zijn.

Door: Hannah Hurnard

     
God is God. He knows what He is doing.
When you can't trace His hand, trust His heart.
         gedichtenpagina!!
         pagina 1
         pagina 2
         pagina 3
         pagina 4
         pagina 5
         pagina 6
         pagina 7
         pagina 8
         pagina 9
        Heeft u gedichten die ik zou kunnen gebruiken om deze site uit te breiden
        dan kunt mij mailen via:
linda.jansen@ziggo.nl
          Bij voorbaat dank!


terug naar homepage
homepage