gedichtenlogo
     
Het lijden van Jezus tijdens Zijn leven.

   
Hij was pas twaalf jaar oud, en zocht het bij Zijn Vader.
Het was nog maar een kind, maar wist: dat brengt me nader.
Hij moest ook nog veel leren: dat lezen we in Gods Woord,
Maar ondanks dat, was Hij Gods Zoon: en enig in Zijn soort.
Luk.2:48
Luk.2:49
Hebr.5:8
Hebr.1:4
      
Hij kende alle mensen: voor Hem een open boek.
Maar er rustte op de mensheid: een desastreuze vloek.
Hij, de oprechtheid Zelve: en uiterlijk een mens,
kwam, om dat te verzoenen: Dat was Zijn Vaders wens.
   
Gen.2:17
Fil.2:7
Kol.1:20
      
Hij wist wat in de mens was: dat lezen we in Gods Woord.
Hij keek dwars door hen heen: uniek en ongehoord.
Van allen die Hij ontmoette: was Hem dat bekend.
Hun redenen en gedachten: motieven, elk moment.
Joh.2:25
   
Joh.2:24
Gen.8:21
      
Dat is een zware last geweest: dat lijkt me zonneklaar.
Elke aardse levensdag: onmenselijk en loodzwaar.
De opdracht van Zijn Vader was: “Jij geeft Je leven op”.
Dat was een zware opdracht: van Zijn Vader en Zijn God.
Jes.53:3
   
Joh.10:17
   
      
Zo was het ook: Hij wist het vroeg: ’t staat in Johannes tien.
Lees vanaf vers 18, dat wist u al misschien?
Maar denkt u dat eens even in: je hele leven lang,
te leven met die wetenschap: dan wordt je toch wel bang?
Hebr.10:7
   
   
   
      
En bang was Hij, daarom vroeg Hij: kan dit ook anders Pa?
Maar ’t is Uw wil die prevaleert: Uw weg is’ t die Ik ga.
Zo bad Hij wel drie keren: en toen vond Hij de rust.
Vertrouwend op de Vader: ook voor ons een must.
Matt 26:39
Matt.26:42
Matt.26:44
Matt.26:45
      
En Judas die verraadde hem: Hij had hem Zelf gekozen.
Hij wees Hem met een valse kus: zo konden ze Hem lozen.
De rechtszaak werd een schijnvertoning: van ieder recht ontdaan.
Maar zo werd het geregisseerd: Gods Woord gaf dat al aan.
Mark.14:44
Matt.26:49
Matt.26:59
Luk.24:7
      
Hij zweeg toen Hij geslagen werd: liet zich niet provoceren.
Zo als een schaap, net voor de slacht: moest Hij dit accepteren.
Toen kraaide ook de haan drie keer: de cirkel is weer rond.
Want zelfs dit simpel feit: werd vooraf verkond.
Hand.8:32
Jes.53:7
Joh.18:27
Luk.22:61
      
Zo ging het door, de lijdensweg: niets bleef Hem bespaard.
Hij liet zich slaan en spuwen: dat was Zijn lot op aard.
Een doornenkroon tot bloedens toe: een kleed, een staf van riet,
De mensheid is heel vindingrijk: van liefde weet men niet.
   
Matt.26:67
Joh.19:5
Rom.3:11-18
      
Toen, spijkers in Zijn handen: en ook door beide voeten.
Zo niet bij die vier anderen: die daar ook sterven moeten.
En dan dat schelden, hoon en spot: Hij Israëls grote Vorst.
Uiteindelijk riep Hij goed verstaanbaar: “Ik heb toch zo’n dorst”.
Joh.20:25
   
Luk22:63
Joh.19:28
      
Maar zelfs dat kun je gebruiken: Zijn lijden te verzwaren.
Ze gaven Hem bedorven wijn, en kwamen pas tot bedaren,
Toen ’t plots pikdonker werd: de aarde trilde en schudde.
Toen werd de mensenmassa stil, doodsbang: die stomme kudde.
Ps.69:22
Matt.27:48
Matt.27:51
   
      
Want hier stierf de Gezalfde: en Hij gaf Zelf de Geest,
Met drie en dertig jaren; was het mooi geweest.
Zijn uitgemergeld lichaam: hing daar triest te kijk,
De levensgeest retour naar God: Hij Zelf naar ‘t dodenrijk.
Joh.10:18
Jes.53:8
Jes.53:3
Pred.12:7
      
En in die doodse stilte; Klonk plots een luide stem.
Het was de hoofdman die er sprak: en hij wees naar Hem.
“Dit was de Zoon van God”: kwam er uit zijn mond.
Dat zei de man die Hem tevoren; had gehangen en verwond.
   
   
Matt.27:54
   
      
De voorhang van de tempel: scheurde totaal kapot.
Door onzichtbare handen: een aanwijzing van God.
Dit hele bouw complex: met al zijn pracht en praal,
Uiteindelijk niet meer nodig: dat is de moraal.
Matt.27:51
Hebr.8:5
Mark.13:2
Op.21:22
      
Het meest ultieme Offer: dat nu werd gebracht,
Is eeuwenlang verkondigd, toch werd Hij niet verwacht.
Want bloed van stieren en bokken, die lossen echt niks op,
Maar dit hier was wat anders: Dit was de Zoon van God.
Ef.5:2
Gen.3:15
Hebr.10:4
Hebr.9:14
      
De boodschap bleef dezelfde: “Bekeert u zich alsnog.
Uw Koning voer ten hemel; maar Hij komt weder toch?
Dan zit Hij op de troon: in t’ nieuw Jeruzalem.
Want Hij is de Beloofde: geloof nu toch in Hem”
.
Hand.3:19
Hand.1:11
Op.22:3
Jes.53:12
      
De gevolgen zijn immens: de dood niet ‘t laatste woord.
Nieuw leven breekt nu aan: dat was nog nooit gehoord.
Gods zeer kleurrijke wijsheid: wie had dat nou gedacht?
De oude slang zeer zeker niet: dit had hij nooit verwacht.
1 Cor.15:55
Gal.2:20
1 Cor.1:24
1 Cor.2:6
      
Want anders had hij nooit: het zover laten komen.
Maar hij moet toch in God zijn Meerdere betonen.
Het onderspit gedolven: zijn einde een zekerheid.
Nog even spartelen, dan de eeuwige donkerheid.
1 Cor.2:8
Op.12:9
   
Op.20:3 + 10
      
Uiteindelijk komt alles goed; heel Israël zal zich buigen.
Voor Jezus op de troon; ze zullen zelfs getuigen,
Aan alle volken wijd en zijd; zoals ooit was de opdracht.
Staat in 1 Kronieken 16; lezen vanaf vers acht.
Rom.14:11
Op.11:15
Ps.105:1
   
      
Ook wij varen wel hiermee, geen mens hoeft meer verloren.
Een hemelse verlossing: beter dan ooit tevoren.
Gods ultiem verzoeningswerk: Zijn doel bereikt, alweer!
Voor Hem respect, aanbidding: en alle dank en eer.
Ef.1:3
Kol.1:3-5
Kol.1:21
Ps.150
      
Geschreven door O.Vossema.
Apeldoorn, Mei.2016.

   


         gedichtenpagina!!
         pagina 1
         pagina 2
         pagina 3
         pagina 4
         pagina 5
         pagina 6
         pagina 7
         pagina 8
         pagina 9
        Heeft u gedichten die ik zou kunnen gebruiken om deze site uit te breiden
        dan kunt mij mailen via:
linda.jansen@ziggo.nl
          Bij voorbaat dank!