column door: Linda Jansen


Hoewel nog maar een groentje op tuingebied, gaat menig vrij uurtje op aan het verfraaien van de Hortus Survivalofthefittestbotanicus. Het plaatsen van nieuwe bloeiende planten of bestaande planten met hand en tand verdedigen tegen mijn eigen onkunde. Achter mijn computer probeer ik de laatste informatie te vinden die me vertelt hoe en waar ik iets neer moet zetten of wanneer ik iets wel of niet moet snoeien. Vol goede moed begon ik vorig jaar, na de aanleg van onze “nieuwe” tuin, die eerder nog het woord woestenij, danwel jungle mocht hebben, met mijn nieuwste hobby. Om vervolgens ieder plantje of zaadje op te tekenen in een nieuw dik schrift met foto en volledige beschrijving van elke detail.
Liters water zijn er over de tuin gesproeid. Zelfs ’s avonds laat, na mijn werk, met een tuinslang vanuit het badkamerraam. Ik bereik dan weliswaar niet de gehele oppervlakte maar toch een flink gedeelte.
Netjes heb ik de instructies gevolgd bij het planten van de diverse bollen aan het einde van de herfst. En in mijn gedachten kon ik de zee van bloemen al zien die uit deze rare gedrochten, die ik in de grond aan het stoppen was, voort zou komen.
Toen, oh yes…kwam een relatief zachte winter. Ik mocht enige hoop koesteren dat mijn nog jonge aanplant, die misschien niet bestand zou zijn tegen de gure en snijdende kou, waar menig schaatser watertandend naar uitkeek, het zou overleven.

Het is nu april en de opbrengst is ultiem. Dit “ultieme” fenomeen ligt eigenlijk meer in het feit dat ik niet verwacht had dat er überhaupt iets op zou komen. Eerdere pogingen in de vorige tuin, (maar, ik moet zeggen, met minder bezieling) hadden vaak maar een mager resultaat opgeleverd. Doch deze keer mag ik me gelukkig prijzen met diverse krokussen, hyacinten, narcissen, tulpen, blauwe druifjes en bloemen waarvan ik niet eens meer wist dat ik het in de grond had gestopt.
Na verloop van een aantal weken staat mijn besluit vast, aan het eind van het jaar stop ik nog veel en veel meer bollen in de grond, ik wil een nog weelderiger resultaat.
Toch, ondanks het positieve resultaat, blijkt het groentje in mij. Ik woon aan een weg met heel veel bomen en de herfst had zijn werk goed gedaan en het opruimen van het blad blijkt een heidens karwei. Helaas moet ik bekennen dat het vegen wel een nuttige bezigheid is. Zowel fysiek als geestelijk. Het is een zware klus dus conditioneel is het een goede bezigheid. Als je even de andere kant op kijkt, of de volgende dag hetzelfde geveegde stuk oprijlaan aanschouwt, blijken hele bergen bladeren weer terug te zijn gewaaid waardoor je, goed beschouwd, volledig opnieuw kunt beginnen.
Tegelijkertijd geeft het tijd om na te denken: “Waar ben ik nu eigenlijk mee bezig…” of “tja…wat is dit eigenlijk vergelijkbaar met bepaalde dingen die ik in mijn leven doe...” Het staat synoniem voor de constante pogingen om dingen te verbeteren die niet te verbeteren vallen. De strijd die je steeds weer aangaat met je eigen zwakheden.
Na vele verwoede pogingen om zoveel mogelijk op te ruimen door, tegen de wind in, mijn oprit bladvrij te maken, besloot ik afgelopen herfst om het blad te gebruiken als natuurlijke afdekking van bepaalde planten die niet echt tegen de vorst konden. Niet wetend dat het zo’n zachte winter zou worden viel vrijwel elke plant onder die noemer.
En nu, moest ik al het blad dat tussen al die mooie bloemen en opkomend groen ligt, proberen zo voorzichtig mogelijk weg te halen. Ik kan maar tot één conclusie komen: ik heb gewoon de verkeerde natuurlijke bedekking gebruikt om de planten te beschermen. Het boomblad had goed gefunctioneerd tot dat het weg moest. Totdat het tijd was om de jonge aanplant lucht, zon en ruimte te geven. Vliesdoek was zoveel simpeler geweest om weg te halen.
Zoals ik ook nog wel eens “de verkeerde natuurlijke reactie” gebruik om mijn eigen innerlijk te beschermen. Mijn eigen reactie kan me ook redelijk beschermen, totdat ik tegen mezelf aanloop en ontdek dat ik door mijn onhandelbare of geïrriteerde response minder heb kunnen betekenen of bereiken dan dat ik had kunnen bewerken. Dat zijn dan meestal die dingen waar je eigen “IK” in het gedrang komt. Zonder dat afweersysteem, maar met Zijn liefde en Geest waarin genade en vrijheid de ruimte geven om verder te groeien, zou zoveel eenvoudiger zijn. Het functioneert wel maar het kost heel wat energie om je rust en ruimte weer te vinden zoals God het bedoeld heeft. Psalm 116 vers 7 zegt: “Keer weder, mijn ziel, tot uw rust, omdat de HERE u heeft welgedaan.” En Efeziërs 5:2 : “Weest dan navolgers Gods, als geliefde kinderen, en wandelt in de liefde, zoals ook Christus u heeft liefgehad en Zich voor ons heeft overgegeven als offergave en slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk.”

Gelukkig kon ik in mijn tuin, na twee uur bezig te zijn geweest met het blaadje voor blaadje weg vissen, de bladblazer van mijn buurman lenen. Ik voelde me met dat ding in mijn handen een ware Arnold Schwarzenegger in Terminator 2. Met gespierde kracht, en blazer in de aanslag ging ik aan de gang. Maar ontdek al snel dat ook dat dan wel weer een kunst is. Allemaal geknakte tulpen zijn ook geen gezicht… Na deze actie sta ik in mijn tuin en geniet van een opgeruimde tuin. Totdat mijn blik valt op andere groensoortige plantjes. Onkruid, ten minste…dat denk ik.
Geestdriftig neem ik de schoffel ter hand en wil al dat ongewenste spul te lijf gaan.
Maar dan begint de twijfel….daar blijkt dan toch de beginneling en onkunde weer de kop op steken. Want wat is nou onkruid en wat heb ik in vredesnaam allemaal in mijn tuin gezet dat nu gewoon aan het opkomen is. Wat dat betreft ben ik jaloers op mijn echtgenoot. Hij heeft het maar mooi makkelijk, zijn moestuin allemaal in nette rijtjes en afgebakende stukjes grond. Brandnetel herken ik nog wel en dat leuke spul dat zeer snel groeit en overal om heen draait zoals akkerwinde, ook nog wel, maar dan…
Bang als ik ben om de goede dingen kapot te maken, schuif ik dit klusje naar een andere dag.
Met de schoffel in de hand overpeins ik het equivalent van onkruid in de tuin naar mijn dagelijks leven. Sommige karaktertrekken, deugden en doelen moeten nog groeien en vorm krijgen maar zijn zeker goed. Sommige eigenschappen zijn al duidelijk zichtbaar maar hebben wel een snoeischaar en juiste bemesting nodig voor nieuwe uitwas en opbloei. Maar tussen al die goede hoedanigheden zit ook mijn eigen onkruid. Soms ook, als de brandnetel, duidelijk herkenbaar. Maar ook mindere ondeugden, minder aan de oppervlakte. Dat wat ik zelf inbreng, mijn eigen beterweter, mijn eigen zonde. Maar soms is juist die zonde de aanleiding waardoor dingen veranderen. Waardoor eigen inzicht verandert en mij uiteindelijk brengt tot inkeer en Zijn genade. En ga daar nou maar eens met een schoffel door heen…Groentje.
Lees meer verhaaltjes...