Vacature

Bij een hervormde Gemeente in Schevenigen is een predikantsplaats vacant. In een vergadering van de kerkenraad deelde een ouderling mee, dat er een brief was binnengekomen van een sollicitant.
De brief luidde als volgt:

Weleerwaarde en eerwaarde heren,

Aangezien ik vernomen heb dat er een vacature is in uw gemeente, ben ik zo vrij naar deze open plaats te solliciteren. Ik heb heel wat eigenschappen, die u - naar ik meen - zult waarderen.
Ik heb in mijn leven met kracht kunnen preken, dat de mens kennis van zonde bekomt door de wet. Bovendien heb ik altijd de mensen gepredikt dat God zondaren wil bekeren en dat het enkel vrije genade is als de mens bekeerd wordt. En ik heb ook enig succes als auteur gehad.
Sommigen zeggen dat ik goed organiseren kan. In de meeste plaatsen waar ik geweest ben, heb ik een leidende rol gespeeld. Maar er zijn enkele mensen die enige dingen op mij tegen hebben. Ik ben boven de vijftig.
Ik heb nooit in enige plaats langer gepreekt dan drie of vier jaar achter elkaar.
Sommige standplaatsen heb ik moeten verlaten, nadat door mijn werk onenigheden en opstootjes waren voorgekomen. Ook moet ik toegeven dat ik drie keer in de gevangenis heb gezeten, maar dat was niet door mijn schuld.
Mijn gezondheid is niet best, hoewel ik nog een heleboel verzetten kan.
Ik heb in mijn oude vak moeten werken om iets bij te verdienen, om rond te komen.

De Gemeenten waar ik heb gearbeid, waren heel klein, ofschoon ze in grote steden waren gelegen. Ik heb niet al te best kunnen opschieten met de kerkelijke kopstukken in de verschillende steden waar ik heb gepredikt.
Zelfs hebben sommigen van hen mij bedreigd en voor de rechter gedaagd, en nog erger - mij lichamelijk letsel toegebracht. Ik kan administratief maar slecht uit de weg. Men weet van mij te vertellen, dat ik vergeet wie ik heb gedoopt.
Toch hoop ik dat u mij kunt gebruiken. Ik zal mijn best doen, ook als ik zal moeten werken met de handen voor een bijverdienste."

Na voorlezing vroeg de ouderling of de leden van de kerkenraad iets voelden voor deze sollicitant, maar unaniem achtte men een man die kennelijk ziekelijk, lastig en verstrooid was, die ruzie maakte en zelfs vocht en in de gevangenis had gezeten, ongeschikt voor het ambt.
Er heerste zelfs verontwaardiging.

Toen men informeerde wie deze sollicitant was, antwoordde de ouderling:

De apostel Paulus.

Hij bleek de brief zelf te hebben samengesteld uit de gegevens over het leven van Paulus, die de Bijbel verstrekt.
      
terug naar homepage
homepage
wilt u reageren?
wilt u reageren?