Het bovenste regeltje geeft de uitspraak van de Griekse woorden weer terwijl de vertaling eronder staat.
  En archeï  en   ho    logos   kai  ho   logos     en     pros   ton theon  kai  theos  en   ho   logos.  Qutos  en   en  archeï    pros   ton theon.

 In  begin was het  Woord  en  het  Woord was  vr/bij de  God   en   God  was het Woord.    Dit   was  in   begin  vr/bij de  God.

    
Woord-voor-woordvertaling van Johannes 1:1,2


Hoite Slagter

aan het woord

Het Woord

woordstudie Wie wel eens met de aanhangers van het Wachttorengenootschap in aanraking is gekomen (en wie is dat niet!), zal al gauw gemerkt hebben dat deze mensen beschikken over een grote dosis 'bijbelkennis'. Dat wil zeggen: kennis van hun bijbel. Zeker, gelovigen met een van-huis-uit christelijke achtergrond hebben niet altijd de juiste antwoorden op de vele teksten en vragen van deze zich ten onrechte (!) noemende: Jehovah's-getuigen. De achterliggende strategie is er één waarbij de toehoorder eerst in twijfel gebracht wordt omtrent z'p eigen geloof. Vervolgens worden dan de duidelijke 'antwoorden' vanuit deze dwaalleer naar voren gebracht. In deze woordstudie aandacht voor een Bijbelvers waaraan in de 'Nieuwe Wereld Vertaling' (N.W.V.) van het Wachttorengenootschap een woordje is toegevoegd, dat in 'onze' vertalingen (zoals de Statenvertaling en de '51-vertaling van het N.B.G.) ontbreekt. En juist uit het toevoegen van dat ene woordje blijkt de dwaling!


Zijn 'onze' vertalingen juist?
Het is vaak het gebrek aan 'zelf geworteld zijn' in de Bijbel, waardoor christenen om(ver)gepraat worden door deze 'getuigen' van het Wachttorengenootschap. Gelovigen, die wel enige Bijbelkennis hebben, komen vaak terecht in oeverloze discussies, als gevolg waarvan de tegenstellingen meestal verscherpt worden. Onderwerp van gesprek is dan voornamelijk de leer betreffende de "Drie-eenheid": Is Christus nu wel of geen God? En als de Here Jezus niet God is, is Hij dus een schepsel... enz.

Een van de Bijbelteksten, waar u gedurende het gesprek zeker op gewezen zult worden is Johannes 1:1. Daar wordt in de N.W.V. een woordje tussengevoegd, en wel: 'een'. 'In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was een god'.
u ziet, dat bovendien het laatste woord 'God' in dit vers, met een kleine g wordt weergegeven.

Waarom zoveel aandacht besteden aan dit verschil en bijvoorbeeld niet aan andere verschillen in de onderlinge vertalingen? Wel, dat is omdat vanuit de originele tekst het begrijpelijk is om met 'een god' te vertalen.
Het zou verkeerd zijn ruime aandacht te besteden aan de vele teksten in de N .W .V ., die opzettelijk veranderd en daarmee ontkracht zijn. Zo wordt bijvoorbeeld Johannes 1:4 vertaald met "Door bemiddeling van Hem was leven..." terwijl de N.B.G.-vertaling (terecht) vertaalt: "In het Woord was leven..." Met andere woorden: Het Woord droeg leven in Zich en was daarmee -als Woord Gods -de openbaring van de Bron van het leven.

Met betrekking tot Johannes 1:1 is er echter een reden om dit vers nader te bestuderen. Want de vertaling 'een god' berust op het feit dat in dit zinsdeel in de grondtekst het lidwoord voor god ontbreekt. In het Grieks wordt ons onbepaalde lidwoord een weergegeven door eenvoudig geen lidwoord te gebruiken. In de boven deze pagina's afgedrukte tekst in het kader ziet u dat op een gegeven moment voor het woord theos geen lidwoord (dat zou in dit geval ho moeten zijn) staat, terwijl bij de overige twee keer er wel een lidwoord voor staat (ton theon).


Waarom 'een god' niet goed is
Toch is het niet goed om deze 'vertaalregel' zonder meer toe te passen in Johannes 1. Een andere belangrijke regel is namelijk dat we altijd goed moeten letten op het verband waarin woorden staan. Bovendien moeten we Schrift- met-Schrift vergelijken. Zo volgen hier een aantal opmerkingen waaruit we mogen concluderen dat Johannes 1:1 de Godheid van Christus juist onderschrijft:

U begrijpt dat het absurd zou zijn geweest, hier telkens met 'een god' te vertalen. In bovenstaande teksten wordt in de eerste plaats een bijzon- dere nadruk gelegd op de Persoon van God Zelf. In de tweede plaats zien we dat het woord God soms betrekking heeft op de Vader en soms op de Zoon.


De Godheid van Christus
Zo blijkt dat de woorden uit Johannes 1:1 in de Statenvertaling en de '51- vertaling van het N.B.G. terecht vertaald zijn door 'en het Woord was God'. Daarbij had een weergave van de originele volgorde van de woorden nog meer duidelijkheid kunnen verschaffen.
Johannes 1:1 bevestigt dus eerder de Godheid van Christus, dan dat dit ontkent wordt.
We zien overigens dat het gehele Woord van God leert dat de Zoon God is. Zie bijvoorbeeld:
Jesaja 9:5 men noemt Hem (...) sterke God
Johannes 20:28mijn Here en mijn God
Romeinen.14:10"de rechterstoel Gods" wordt in 2 Kor.5:10 "de rechterstoel van Christus" genoemd.
Efeziërs 2:12zonder Christus (...) zonder God
Kolossenzen 2:9in Hem woont al de volheid der Godheid lichamelijk
Titus 2:13onze grote God en Heiland, Christus Jezus *)
Hebreeën 1:8,9van de Zoon: Uw troon, o God() daarin heeft U , o God, Uw God
2 Petrus 1:1van onze God en Heiland, Jezus Christus *)
1 Johannes 5:20in Zijn Zoon Jezus Christus. Dit (of:deze) is de waarachtige God en het eeuwige leven
2 Johannes 9heeft God niet (...) heeft zowel de Vader als de Zoon. Hier wordt "God" door Johannes uitgelegd als "Vader en Zoon".

*) 'God en Heiland' moet als een en dezelfde persoon gezien worden.

Natuurlijk moeten we hierbij beseffen dat (met alle eerbied) de "functie" van de Vader en de Zoon (het Woord) verschillend is. De Vader is de Bron van alle ding en (1 Kor.8:6), terwijl de Zoon/het Woord Degene is door Wie (heen) alle dingen geschapen zijn (Kol.1:16).
Zo is er onderscheid in de wijze waar op God Zich in Zijn werken openbaart, waarmee de Bijbel geenszins bedoelt te zeggen dat daarom de Zoon niet God zou zijn!

Bovendien moeten we letten op de verschillende fasen in Gods heilshandelen in en door de Zoon. Zo werd de Zoon, Die voor en na Zijn menswording de openbaring/het Beeld van God is (Joh.l:l; 2 Kor.4:4; Kol.l:15), v lees. Dat er toen een groot verschil was tussen de positie van de Vader en de Zoon moge duidelijk zijn. Het Woord was immers mens geworden (Fil.2:7).
Het zijn vaak allerlei Bijbelteksten die betrekking hebben op deze periode van circa 33 jaren, waarin Christus als mens op aarde was, die gebruikt word en om de normale verhouding tussen God, de Vader en God, de Zoon te illustreren. Dat Christus Zich inmiddels weer in Zijn uitermate hoge positie van het Gode-gelijk-zijn bevindt, ontgaat dan ook velen.


Tot slot
Mocht u eens een gesprek hebben met getuigen van het Wachttorengenootschap, leg dan een eenvoudig getuigenis af van de Hoop, die in u is. Discussieer zeker niet over inzichten in Gods Woord. De uitgangspunten van u en uw gesprekspartner zijn immers anders. U spreekt op grond van uw vertaling. Hij/zij spreekt op grond van een totaal ver- en ontkrachte vertaling, waarin de eigen dwaalleer verwerkt is. Mocht er een werkelijk verlangen bestaan om Gods Woord te leren verstaan, dan ligt het natuurlijk anders! Dan kunt u zich samen over een goede vertaling buigen opdat Gods Geest Zijn overtuigende werk kan doen vanuit Zijn Woord. Hoewel er hier en daar best wat op valt aan te merken, mogen we zeggen dat onze reguliere vertalingen vrij zijn van een opzettelijk verdraaien, met als doel daarin een bepaalde dwaalleer door te geven.

(Bovenstaand artikel is afkomstig uit het magazine AMEN, nr 1 maart 1995).

terug naar homepage
homepage
bijbelstudie: Ad bakker
bijbelstudie:
wo(o)rdwijzer
door: Ad Bakker
bijbelstudie: William MacDonald
bijbelstudie:
Genade!
door: William MacDonald
bijbelstudie: P.A. Slagter
bijbelstudie:
wo(o)rdwijzer
door: P.A. Slagter
bijbelstudie: P.A. Slagter
bijbelstudie:
Hemelvaartsdag
door: P.A. Slagter